Morgen

Mijn droom is dat in organisaties “slecht” gedrag in alle uitingsvormen niet meer getolereerd wordt. Dit speelt voor mij zowel in de onderlinge omgang als het transparant zijn van besluitvorming en het ontbreken van “verborgen agenda’s”. Klassiek heersersgedrag wordt niet geaccepteerd en leidinggevenden zijn niet op hun eigen belang uit. Discriminatie en het “anderen” buiten de eigen groep stoten is ondenkbaar. De OR, waarin de gehele achterban vertegenwoordigt is, vormt een platform waarmee zowel de bestuurder als management graag van gedachten wisselen en waarbij proactieve medezeggenschap vanzelfsprekend is.

Mijn ambitie is dat de OR een belangrijke rol weet te spelen bij het ontwikkelen van een dergelijke organisatie.

Vandaag

Specialisme
  • inzicht verwerven in de realiteit van de organisatie;
  • professioneel en deskundig functioneren op individueel en groepsniveau als OR, bewustzijn van de eigen rollen;
  • een goede relatie en overleg met de bestuurder/staf/management;
  • “moeilijke” thema’s als (on-)gewenst gedrag en werkstress zowel op de agenda plaatsen als daar qua beleid en uitvoering “achteraan” zitten;
  • strategisch inzicht en goed kunnen netwerken met de achterban, vakbonden ende toezichthouder.

Mijn passie in het trainen en adviseren van ondernemingsraden ligt in het creëren van een veilige sfeer onderling waarbij ieder OR lid tot zijn/haar recht komt.  Dit houdt o.a. in aandacht voor eenieders kwaliteiten en het vormgeven aan het werk van de OR. Niet afwachten wat er op de OR afkomt maar zelf de agenda mede bepalen. Dit vergt aansturing en planning van het OR werk, o.a. door het Dagelijks Bestuur (DB). Zo kan men samen greep krijgen op wat er zoal speelt en invloed uitoefenen. En vooral ook doortastend zijn en volharden in de wens om alle informatie over het reilen en zeilen van de organisatie boven tafel te krijgen en daar wat mee te doen.

Mijn ervaring ligt voor een groot deel in de “harde” sector. Ik ben nu bijvoorbeeld ook voordrachtscommissaris bij een terminal in de Rotterdamse haven. Maar veel OR’en hebben overeenkomstige vragen.
Klussen waar ik warm van wordt zijn bijvoorbeeld het werken aan een goed en inhoudelijk advies waarbij je tegelijkertijd vormgeeft aan de relatie met de bestuurder. Het advies geven op zich betekent dan niet de afronding van een traject, maar juist het afspraken maken over de verdere betrokkenheid van de OR. En ik geniet altijd van het “eureka” oment: het gevoel met elkaar op de goede weg te zijn.

Gisteren

Mijn wortels liggen voor een groot deel binnen de FNV:  beleidsmedewerker vrouwenarbeid, al vroeg betrokken bij FNV OR centrum, lid Bondsbestuur Dienstenbond FNV en daarbij o.a. verantwoordelijk voor de interne werkorganisatie. En als laatste fase trainer/adviseur bij FNV Formaat. Tussen het beleidsmedewerker en bondsbestuurder zijn werkte ik als docent organisatiekunde en management bij het IVABO, voortgezette opleiding, nu onderdeel van de HVA. Met uitzondering van het bondsbestuurderschap (= werkgeverpositie) ben ik in alle werkorganisaties actief geweest als OR lid, OR voorzitter, OR secretaris en als vakbondskaderlid. Ook schrijf ik graag, op dit moment bijvoorbeeld voor het Praktijkblad voor Ondernemingsraden. En een blog op de site van ORnet.

Mijn achtergrond is organisatiesociologie aan de Vrije Universiteit, afgestudeerd in 1978 o.a. op het interne arbeidsmarktbeleid. Verder vele  cursussen o.a. mbt supervisie, IOD (groepsdynamica), communicatie- en trainersvaardigheden en inhoudelijke zoals jurisprudentie.

Publicaties