1. Indien de structuur van de communautaire onderneming of groep, ingrijpend wordt gewijzigd en in de toepasselijke overeenkomsten daarover geen of strijdige bepalingen zijn opgenomen start het hoofdbestuur op eigen initiatief of op schriftelijk verzoek van ten minste 100 werknemers of hun vertegenwoordigers afkomstig uit ten minste twee ondernemingen of vestigingen in ten minste twee verschillende betrokken staten de in artikel 8, eerste lid, bedoelde onderhandelingen en richt daartoe een bijzondere onderhandelingsgroep op.

2. Behalve de overeenkomstig artikel 9 gekozen of aangewezen leden van de bijzondere onderhandelingsgroep, zijn ten minste drie leden van de bestaande Europese ondernemingsraad of van elk van de bestaande Europese ondernemingsraden lid van de bijzondere onderhandelingsgroep.

3. Tijdens de onderhandelingen, bedoeld in het eerste lid, blijven de bestaande Europese ondernemingsraad of -raden functioneren in overeenstemming met de toepasselijke overeenkomst of overeenkomsten, danwel blijft een andere procedure van informatieverstrekking en raadpleging van werknemers van toepassing, indien die is overeengekomen.