Uitspraak: Opheffen interne Arbodienst (2)

Heeft de COR instemmingsrecht bij het besluit tot opheffen van de interne Arbodienst? (ROR 1999/ 24)

Uitspraak Algemene Bedrijfscommissie: Ja, het opheffen van de interne Arbodienst is een instemmingsplichtig besluit. Dit blijkt uit de wetgeschiedenis van de herziening van de Wet op de ondernemingsraden en van de Arbeidsomstandighedenwet. Besluiten omtrent de inrichting van de arbozorg valt onder het instemmingsrecht. 

Situatie: 

De Sociale Verzekerings Bank (SVB) heeft sinds 1993 een interne Arbodienst en in oktober 1996 heeft de SVB een aanvraag tot certificering van deze dienst ingediend. In augustus 1998 kreeg de SVB bericht dat het niet mogelijk was de certificering voor 1 september 1998 af te ronden. Bij brief van 12 oktober 1998 vroeg SVB advies omtrent het voorgenomen besluit het certificeringstraject te beëindigen, met als gevolg dat de interne Arbodienst zou worden opgeheven en aansluiting gezocht zou gaan worden bij een externe Arbodienst. Uiteindelijk adviseerde de Centrale Ondernemingsraad (COR) op 23 december 1998 negatief. Bezwaar werd gemaakt tegen het ontbreken van een afweging tussen de kosten van een interne en een externe Arbodienst. Voorts meende de COR dat de personele gevolgen niet duidelijk waren. De ondernemer heeft op 13 januari 1999 besloten overeenkomstig zijn voornemen. De COR meent in de eerste plaats, in tegenstelling tot de ondernemer, dat het besluit instemmingsplichtig is op grond van art. 27 lid 1 onder d WOR en heeft in het kader daarvan deze procedure in gang gezet en de Bedrijfscommissie verzocht om advies en bemiddeling. Daarnaast tekende de COR bij de Ondernemingskamer beroep aan tegen het besluit van 13 januari 1999. De Ondernemingskamer 3 juni 1999, JAR 1999/147, achtte het besluit kennelijk onredelijk en beval de SVB het besluit in te trekken en de gevolgen ongedaan te maken. De Ondernemingskamer liet daarbij uitdrukkelijk in het midden of in deze zaak sprake is van een instemmingsrecht. 

Bedrijfscommissie: 

Het opheffen van de eigen Arbodienst moet worden aangemerkt als een besluit tot intrekking van een regeling als bedoeld in art. 27 lid 1 onder d WOR. De wetsgeschiedenis van deze bepaling zoals deze is gewijzigd in het kader van de wijziging van de WOR in 1998 en de wetsgeschiedenis van de Arbowet 1998 wijzen in onderling verband uit, dat besluiten van de ondernemer omtrent de inrichting van de arbozorg ten behoeve van de onderneming instemming van de Ondernemingsraad behoeven. Omtrent de vraag of de onthouding van instemming door COR kennelijk onredelijk is resp. dat het besluit gevergd wordt door zwaarwegende redenen, is meer informatie nodig. De SVB dient bondig uiteen te zetten waarom eigen Arbodienst gegeven de certificatie-eisen geen reële optie is. Indien de SVB dit aannemelijk weet te maken komt het voor dat het onthouden van instemming onredelijk is. De SVB moet immers een gecertificeerde Arbodienst aan zich verbinden. De Bedrijfscommissie wacht de reactie dienaangaande af. 

DATUM UITSPRAAK: 3 juni 1999 
RECHTERLIJK COLLEGE: Algemene Bedrijfscommissie 
NAAM PARTIJEN: Centrale Ondernemingsraad Sociale Verzekerings Bank / Sociale Verzekerings Bank (SVB)
VINDPLAATS: ROR 1999, nr. 24 

Advokatenkollektief Utrecht